In de zomer van 1941 leek Hitlers positie onaantastbaar. Zijn propagandamachine draaide op volle toeren: overwinningen werden uitvergroot, tegenstanders weggezet als leugenaars, en de staatszenders stampten die boodschap dag en nacht de huiskamers in. Maar op de radio klonk ook een heel ander geluid. Een zekere ‘Der Chef’ — een grofgebekte, Berlijns-klinkende ‘dissident’ — zaagde aan de poten van de nazi-doctrine. Hij sprak over corrupte commandanten, zinloze gevechten aan het front en moreel verval achter de schermen, in een taal die zijn luisteraars herkenden. Peter Pomerantsev schreef er een toegankelijk en informatief boek over: Zo win je een propagandaoorlog, de propagandist die Hitler te slim af was (2024).
Als je het boek van Peter Pomerantsev koopt via de onderstaande link dan krijgt Kloptdatwel als affiliate partner van bol.com een kleine bijdrage. En jij krijgt een inspirerend boek over effectief tegengas tegen desinformatie.
Zwarte propaganda

‘Der Chef’ bestond helemaal niet. Hij was een fictief personage, bedacht door de Britse propagandist Sefton Delmer, een journalist die in Berlijn was opgegroeid en het naziregime van binnenuit kende. Vanuit een landhuis op het Engelse platteland leidde Delmer een afdeling van de uiterst geheime Political Warfare Executive, die zich bezighield met zogeheten ‘zwarte propaganda’: zenders die zich voordeden als Duits.
De sleutel tot Delmers aanpak was dat hij niet probeerde Duitsers te overtuigen van democratische idealen. Dat zou vermoedelijk toch niet werken. In plaats daarvan sloot hij aan bij zorgen en frustraties van gewone Duitsers: de angst van soldaten voor nutteloze offers, het wantrouwen jegens partijbonzen die zichzelf verrijkten, en de behoefte aan een stem die vertrouwd klonk. Ondermijning was het doel, niet overtuigen.
Ondermijning door aan te sluiten bij zorgen
Twee voorbeelden laten zien hoe dit werkte. In een van zijn uitzendingen beschuldigde Der Chef met naam en toenaam een vrouw dat zij de eer van het Duitse leger zou hebben geschonden tijdens een losbandig feestje — informatie afkomstig uit onderschepte brieven en verhoren van krijgsgevangenen. Volgens Delmers eigen verslag werd zij daarna overspoeld met verontwaardigde telefoontjes van luisteraars. De boodschap verspreidde zich als een gerucht onder buren, niet als herkenbare vijandelijke propaganda. Zo was het ondermijnende effect maximaal.
De ‘Soldatensender Calais’ — Delmers grootste succes vanaf 1943 — werkte volgens hetzelfde principe. Tussen populaire deuntjes en ogenschijnlijk regulier oorlogsnieuws werden geruchten verspreid, bijvoorbeeld dat vrouwen van soldaten aan het thuisfront relaties zouden hebben met buitenlandse arbeiders. Zo zaaide Delmer twijfel en onrust precies waar het de Duitse soldaten het meest raakte: thuis.
Het is aannemelijk dat een deel van de luisteraars wel wist dat De ‘Soldatensender Calais’ geen officiële nazi-omroep was, maar toch bleef luisteren — misschien wel juist omdat de zender een uitlaatklep bood: een plek waar de officiële propaganda even losgelaten werd zonder dat dit voor de luisteraar als openlijk verraad voelde.
Ervaring met desinformatie
Peter Pomerantsev, journalist en onderzoeker aan de Johns Hopkins University, schreef een toegankelijk en informatief boek over Sefton Delmer en zijn methoden. Pomerantsev groeide op als kind van Oekraïense dissidenten, werkte als tv-producent in Poetins Rusland en volgde de opkomst van moderne desinformatie van dichtbij. Pomerantsev schreef over dit thema ook ‘Niets is waar en alles is mogelijk’ (2015) en ‘Dit is geen propaganda’ (2020).
Vertrouwen vanuit herkenning
De lessen die Pomerantsev trekt zijn actueel. Propaganda werkt zelden door mensen te overtuigen met feiten alleen. Ze werkt door een gevoel van verbondenheid te creëren — een wij-gevoel rond een gedeelde identiteit en een gemeenschappelijke vijand. Zenders als Fox News, betoogt Pomerantsev, draaien minder om informatie dan om identiteit. Dat is natuurlijk ook in Nederland het geval. En dat maakt factchecking alleen onvoldoende als tegenwicht. Laat staan websites zoals Kloptdatwel.
Het punt van Pomerantsev is eenvoudig maar lastig: je bereikt mensen alleen door aan te sluiten bij hun belevingswereld. Niet door hen simpelweg de juiste feiten voor te houden, maar door vertrouwen op te bouwen vanuit herkenning. Zoals Delmer het formuleerde: propaganda werkt wanneer mensen het gevoel hebben dat jij hun wereld zo goed kent, dat het er eigenlijk niet toe doet wie je bent.
‘Zo win je een propagandaoorlog’ (2024) is een boek dat sceptici, factcheckers en iedereen die zich zorgen maakt over desinformatie zou moeten lezen. Niet vanwege kant-en-klare oplossingen maar vanwege het inzicht in de manier waarop propaganda werkt, en waarom feiten en waarheid alleen niet genoeg zijn.




